125.
Gij wordt bedreigd door Samarkantdes Koning,
Held Altamor, een eedlen Perziaan;
Ook lacht sints lang de weeldrige belooning
Adrast, een Vorst van de Oostergrenzen, aan.
Die woeste Reus kent deernis noch verschooning,
Een elefant voert hem ter oorlogsbaan;
Hij heeft misschien geen grooter mededinger
Dan Tissafern, roemruchtig rosbedwinger!’