9.
De Ridder spreekt: ‘Te duidlijk doet gij 't weten,
Gij wijst mij af: maar toch, geen vleitaal baat!
Ik volg u na, zoo gij mijn gids wilt heeten;
Ik vlieg u vóór, zoo gij mijn dienst versmaadt!’ -
Zij snellen naar den Koning, neêrgezeten
In 't midden van zijn hoogverheven Raad.
‘Hoor, Sire!’ zegt Klorinde, ‘wat wij vragen!
Och, of ons plan uw wijsheid mocht behagen!