56.
Daar wenkt hij Welf met sidderende hand;
Hij spreekt: ‘Mijn vriend, die pijl verlamt mijn schreden.
Ik kan niet meer. - Voorkom de schade en schand
Van mijn vertrek, en wil mijn plaats bekleeden!
Ik keer terug’.... - Van felle pijn vermand
Op 't paard getild, ten zadel ingegleden,
Keert hij naar 't kamp; maar schoon hij spoorslags rent,
De ramp is in één punt des tijds bekend.