49.
Terwijl dus 't Kamp tot d' aanval, en de Heiden
Ten tegenweer zich ijverig bereidt,
Daar drijft een duif, die ze allen onderscheiden,
Hoog in de lucht, de vleuglen uitgebreid.
Onfeilbaar schijnt heur aandrift haar te leiden,
Zij vliegt daarheen in kalme zekerheid;
Bij elken wiekslag ziet zij d' afstand wijken;
Juist zal zij in de vesting nederstrijken -