68.
Zóó ebt en vloeit het rustloos krijgsgetij':
Verlies en winst verwisslen als de winden.
Buljon terwijl ziet zich zijn tent nabij;
Dáár, hoopt hij, zal zijn wond genezing vinden.
Hem staan Sigier en Boudewijn ter zij',
En heel een schaar van diepbedrukte vrinden.
Hij grijpt den pijl, en rukt, maar rukt te straf,
En - breekt het riet juist boven d' angel af!