26.
Nu bruischt de wraak door Tankreds aadren heen:
‘Slang! zulk een loon wilt gij mijn goedheid geven?’
Hij stoot zijn zwaard tot driemaal achteréén
Door 't helmvizier en doet den valschaart sneven.
Argant bezwijkt; de dood verstijft zijn leên.
Toch is zijn sterven even als zijn leven:
Hij balt de vuist, zijn allerlaatste blik
Is enkel haat, en haat zijn afscheidssnik!