20.
Buljon blikt op, en ziet aan 's hemels baan
De zon alreeds een eindweegs voortgeschreden:
Hij rijst terstond, en gespt het harnas aan,
Rinkinkende om de forschgespierde leden -
Terwijl nu fluks de Helden voor hem staan,
Die elken dag zijn krijgstent binnentreden,
Waar alles wordt ontworpen in den Raad,
Wat buiten dan in daden overgaat.