57.
‘Neen! geen Sophie dankt gij uw levensdagen!
Geen Este, neen! op wien ge als vader boogt!
U heeft de zee geteeld, de rots gedragen,
Eene Afrikaansche tijgerin gezoogd!
Wat vlei ik nog? Heeft hij bij al mijn klagen
Een zucht geslaakt, een enklen traan gedroogd?
Gaf de onmensch, die mij wegwierp uit zijne armen,
Een éénig blijk van menschelijk erbarmen?