56.
Ziet, Reinout mengt der Negervorsten bloed
In 't dampend bloed der Libysche tyrannen.
Hem volgen al zijn Ridders, door zijn moed
Ontvlamd, zij, die de kroon des legers spannen!
Hoe treden zij de Heidnen met den voet,
Dat godloos rot, den strijd onwaard met mannen!
Ach, 't is geen strijd, 't is laffe nederlaag,
Die 't krijgsgeschrei beandwoordt met geklaag.