52.
Verpleegt ze, die dit nieuwe vaderland
Heldhaftig met hun kostlijk bloed besproeien!
't Voegt Christnen meer dan plondring, moord en brand.
Wee, die zich voor een handvol slijk vermoeien!
Te velen, ach! wie, tot hun bittre schand',
De gouddorst reeds het heldenhart deed gloeien!
Roept nu met luid trompetgeschetter uit,
Dat ijlings elke strooptocht zij gestuit!’