64.
Het mollig gras, het moschbed, door de Min
Gespreid, zal u een schooner kampplaats wezen.
Wij voeren u naar onze Koningin,
Om strijd door al heur zalig volk geprezen!
Haar blik-alleen heeft heel een hemel in:
Wel hem, die tot haar dienst is uitgelezen!
Maar koelt vooraf uw brandend pelgrimszweet
In 't frissche nat der golfjens! Drinkt en eet!’ -