32.
Maar wie was de eerste uit heel het Christenheir,
Die 't daavren van der helden lof mocht hooren?
Gij waart het, gij Gildippe! Want uw speer
Wist Ormus' Vorst in 't lillend hart te boren:
Gij hebt Hyrkaan verslagen! Zóóveel eer
Heeft 's Hemels gunst een vrouwenhand beschoren!
Hij valt, en hoort in 't vallen nog den lof
Van de Amazoon, die zoo voorbeeldig trof.