84.
Zij spreekt. Hij zwijgt. Hem heugt de kwade trouw,
De leugens, door Armide saamgeweven.
‘Wuft, praatziek, onstandvastig, is de Vrouw:
Wie durft haar ooit een blind vertrouwen geven?’
Zoo mijmert hij: ‘Zoo eens te laat berouw....
Maar kom! 't geldt hier des Meesters dierbaar leven.’
‘'k Zal,’ andwoordt hij, ‘uw gids zijn als gij vliedt,
Zweer, dat gij volgt: meer eisch ik heden niet.’