78.
‘Ach, schatte' ook mij een schoone Jonkvrouw waard,
Om met haar kleur en tot hare eer te strijden!
't Waar' mij een spel, met dit mijn eerlijk zwaard
Buljons of Reinouts hoofd van 't lijf te snijden!
Noem me een Baroen, en 'k zweer u bij mijn baard,
Dat ik zijn kop u needrig toe zal wijden!’
Zoo schertst hij, in de hoop dat binnen kort
Het jokken ernst, en de ernst belangrijk word'!