15.
Buljon hervat: ‘O mocht het God gehengen,
Dat Reinout keerde en alle veete week!
'k Zou de aarde met mijn vreugdetraan besprengen:
De Alziende weet, dat ik de waarheid spreek!
Maar welk een last zal hem mijn bode brengen?
Waar zend ik dien, naar welk een hemelstreek?
Past hier bevel, of bede? Is 't een rechtvaardig,
Is 't andere den rang eens Heirvoogds waardig?’