103.
Die vreemde dosch, dat donker brons der kaken,
Ontdekt terstond den Heiden aan Vafrijn,
Die voortijlt, om - op nieuw zijn draf te staken:
Daar ligt een tweede, in bange stervenspijn,
Of slapend reeds om nimmermeer te ontwaken!
‘Dit,’ meent de spiê, ‘dit moet een Christen zijn!’
Hij nadert, om een tweeden blik te wagen,
En gilt: ‘Ai mij! held Tankred ligt verslagen!’