12.
Argant blijft pal in al zijn lengte staan,
En heft alleen d' ontzachlijke' arm naar boven;
Valt Tankred ook van allen kant hem aan,
Niets kan hem ooit zijn fiere kalmte rooven;
Hij laat het zwaard zijns vijands stil begaan,
Maar loert er op om hem den kop te kloven:
En elken slag voorkomt hij, elken stoot
Verijdelt hij, en nooit geeft hij zich bloot.