63.
De trouwe hond moet meê den tol betalen:
Hij kwijnt, en vraagt niet langer naar zijn heer.
Hij zoekt naar lucht, door duizend folterkwalen
Verscheurd, en ligt met machtloos hijgen neêr.
Maar schonk natuur ook anders 't ademhalen
Tot koeling van het hart - ach, 't baat niet meer,
Want elke teug, die de uitgeblaakte longen
Bewaassemt, is van vloeiend vuur doordrongen.