75.
Neen! andre kracht, een Arts uit hooger sfeeren,
Een Engel, daalde als wonderdoener neêr!
Wel zie ik hier de sterke hand des Heeren.
Te wapen! vlieg ten strijde! toef niet meer!’....
En blakende om naar 't worstelperk te keeren,
Grijpt reeds de Held naar 't rammlend krijgsgeweer:
Weêr heeft zijn vuist de ontzachbre lans tot wapen,
't Schild dekt zijn arm, de blanke helm zijn slapen.