104.
Jeruzalem! hoor, wat Argant belooft!
Gij-Hemel, hoor! en mocht ik woordverbreken,
Dan splijte uw bliksemvuurpijl mij het hoofd!
Ik zweer, dat ik Klorindes moord zal wreken!
Dat is mijn taak, die niemant mij ontrooft!
En 'k zal dit zwaard niet in de schede steken,
Eer 't Tankreds romp doet ploffen in het slijk,
En 't raafgebroed zich vet mest aan zijn lijk!’ -