45.
De Heiden sluipt den Veldheer telkens nader,
In 't wit met goud, zich mengende in den drom.
Daar kookt Buljon het heldenbloed in d'ader,
Daar wendt hij zich met vlammende oogen om,
En roept: ‘Ziedaar den loerenden verrader,
Den Judas met zijn huichlend vriendenmom!
Ziedaar heel 't moordgebroed!’ Hij zwaait den degen,
En snelt Ormond gelijk een stormwind tegen.