69.
Hij wenkt zijn arts: ‘Dit haatlijk marren dure
Niet lang, mijn vriend! Heb toch voor mij geen vrees!
Doorzoek gerust de diepte der kwetsure,
En snijde uw staal kloekmoedig door mijn vleesch!
Maak mij bekwaam, eer soms de gunstige ure
Vervliegen mocht, die thánds ter kimme rees!’....
Hij grijpt een lans tot steun, en vast besloten
Ziet hij den arts de dunne vlijm ontblooten.