50.
U heugt nog van dien onheilzwangren stond,
Toen sluwe Armide in 't Leger zich liet vinden,
Veel Ridders door haar valschen logenmond
Tot meêgaan drong, te jammerlijk verblinden!
Gij weet, hoe zij gastvrijheids wetten schond,
Verraderlijk in ketens hen liet binden;
Maar gij weet ook, hoe, juist ter rechter tijd,
Hen 't reddend zwaard van Reinout heeft bevrijd.