34.
Nu houdt hij stand, en vraagt zich-zelven af:
‘Wat baat het hier met wapens zich te omringen?
Zal ik daar ginds dat dreigend vlammengraf,
Dat Labyrinth van monsters, binnendringen?
Geen held behoudt zijn leven, laag en laf,
Zoo 't sterven nut aan duizend stervelingen!
Maar ook - geen held geeft roekeloos zich bloot:
En sterf ik hier, wat voordeel brengt mijn dood?