35.
‘Mijn vrienden! zwaar en moeilijk is uw streven!
Hoezeer behoeft ge eens leidsmans vaste hand!
Hij, dien gij zoekt, is lang reeds uit deez' dreven
Vervoerd naar een godloos, ongastvrij land.
Nog menig looden last moet opgeheven!
Nog menig zee bezocht en menig strand!
Eer gij geraakt aan 't doelwit uwer wenschen,
Wacht u een reis naar 's waerels verste grenzen.