10.
Zoo, zingende in welluidend lofakkoord,
Beweegt het heir zijn lange menschenketen,
En golft het stapvoets naar de hoogte voort,
Naar 't groen geboomt' de Olijvenberg geheeten.
Hij rijst in 't Oost, niet ver van Salems poort:
Slechts Jozafat, door Kedrons beek gespleten,
- De diepte, eenmaal van Jezus' tranen nat! -
Scheidt d' onvergeetbre Bergkling van de Stad.