85.
Gelijk een wond, in teder vleesch geslagen,
Verergert, waar een vinger haar genaakt:
Zoo wordt zijn ziel door al dat jammerklagen
Al weeker en weemoediger gemaakt.
Maar Peter, die, met heilig welbehagen
In 't herdershart, voor al zijn schapen waakt,
Bestraft aldus met vaderlijk vermanen
En plechtige ernst zijn redeloze tranen: