59.
Rampzaalge, gij verblijdt u? Ach, hoe spoedig
Wordt uw triomf een vloek, uw vreugde een wee!
Elk drupjen op dat kleed, zoo vreeslijk bloedig,
Kost u weldra geheel een tranenzee. -
Zoo poozend staan ze daar, altijd kloekmoedig
Schoon zwijgende en bebloed, die fiere Twee!
Tot Tankred, om zijns vijands naam te ontdekken
Beproeft hem uit zijn mijmring op te wekken: