5.
Al d' Eedlen aan de heldenborst gezonken,
Schreit hij voor 't eerst een hemelzoeten traan;
Maar ook het Volk begroet hij vreugdedronken:
Den minsten speerknecht spreekt hij minzaam aan.
En zeker had geen blijder kreet geklonken,
Geen dichter schaar gejubeld op zijn baan,
Wanneer hij Oost en Zuiden had verslagen,
Weêrkeerende op een trotschen zegewagen.