108.
O zoete mond, die mij zoo menigwerf
In 't leven door uw woorden wist te streelen!
Een laatste kus, eer ik u eeuwig derf,
Der vlammen vol, die door mijne aadren spelen!
Wie weet, licht hadt ge, o gij voor wie ik sterf,
Gegeven wat ik, arme, nu moet stelen.
Laat me u nog eens omhelzen, en u dus
Mijn vlotte ziel inblazen met een kus!