41.
Nu kapt men 't hout, dat voor den storm moet dienen:
De schoonste boomen vallen d' akst ten buit.
Een Werkman had weleer de krijgsmachinen
Gewrocht: thands kiest Buljon een Kunstnaar uit,
Die, vaardiger, met taaie wilgentienen
De ranke balken aan elkander sluit.
Wilhelmus is 't, een Genuees, en vroeger
Alom beroemd als moedig zeedoorploeger.