47.
Gelijk, wanneer de bliksems zich bereiden
Ten worstelstrijd en wolken zonder tal
Het aanschijn van den middag overspreiden,
De herder uit het onbeschutte dal
Zijn kudde naar een schuilplaats zoekt te leiden,
Waar 's hemels wraak haar niet bereiken zal,
Met stem en staf haar immer verder drijvend',
En waakzaam steeds in de achterhoede blijvend':