21.
‘Nu, fiere held! erken 't, gij zijt geslagen.
'k Verwon, of wel het Lot koos mijn partij.
Maar 'k wensch triomf noch krijgsbuit meê te dragen:
Ik maak op u geen aanspraak - gij zijt vrij!’ -
Dat woord schijnt vuur door 's Heidens borst te jagen;
Hij schuimbekt van ontembre razernij:
‘Hoe nu! woudt gij als overwinnaar scheiden?!
Gij dus Argant tot lafaardij verleiden?!