4.
Daar komen tot gevloekte minnarij
De heksen met heur boelen bij elkander.
Op wonderlijke nevels rijden zij,
Den bok gelijk of fellen salamander.
Zij werpen zich in wilde razernij
Van 't een ontuchtig schijngenot in 't ander,
En vieren zoo met walgelijke praal
Hun slemppartij of schennig bruiloftsmaal.