53.
Dáár wierp de Held zijn rusting in de struiken,
Terwijl hij zich in 't kleed eens Heidens stak:
Zoo kon hij best het spiedend oog ontduiken,
Al ging zijn weg door 't open heuvelvlak.
Die rusting wist Armida te gebruiken:
Zij hult een doode er in, wien 't hoofd ontbrak,
En legt den romp aan een der oeverzoomen,
Waar straks een Christen schaar voorbij moest komen.