27.
Tot andren weêr: ‘U heeft het Oost geroepen
Tot redders van zijne eer! U wacht de taak,
De roovers, die aan onzen disch zich groepen,
Te treffen met een lang getergde wraak!’ -
Zoo spreekt hij, altijd wisslend, tot zijn troepen,
De velen winnend voor dezelfde zaak.
Maar 't is genoeg: de Hoofden zwijgen beiden,
En naauwlijks zijn de Legers meer gescheiden.