27.
Zoo bleef deez' zee met al heur duizend stranden
En eilanden en rijken onbekend:
Dáár werken ook millioenen menschenhanden,
Dáár bloeit het veld, daar blaauwt de hemeltent;
Geen vrucht ontbreekt in gaarden en waranden,
Waar maar de zon heur volle stralen zendt.” -
Ai, deel mij ook,’ zoo luidt thands Ubouts bede,
‘De zeden van die Nieuwe Waereld mede!’ -