46.
Ze ontwaren, dat het klimmen naar den top
Een strijd zal zijn. Dáár gapen diepe kloven,
Hier staaplen zich de rotsruïnen op,
En alles is met kille sneeuw bestoven.
Maar geurend in den malschen hemeldrop,
Ontvouwt een eeuwge zomer zich daarboven:
Dáár bloeien roos en lelie boven 't ijs,
Dáár reikt Natuur aan Tooverkunst den prijs.