92.
'k Dank u mijn heil. Gij hebt van 't stof der aard
Uit misverstand vroegtijdig mij doen scheiden:
't Was mij vergund, ter blijde hemelvaart
Door u gewijd, de vleuglen uit te spreiden.
Nu leef ik in den groenen Levensgaard;
'k Rust in Gods schoot: daar blijf ik u verbeiden,
Daar zult gij eens in d' eeuwgen zonnegloor
Mijn schoonheid zien en aller Englen choor.