45.
De toren rolt langs welgebaande paden
Op meer dan honderd vlugge wielen voort.
Hoe zwaar met volk en wapenen beladen,
Niets dat zijn vaart ook maar een oogwenk stoort.
De scharen, die bewondrend nader traden,
Slaan d' arbeid gà, die 't kunstgraag oog bekoort:
Straks ziet men nog een tweetal torens prijken,
Die 't eerste meesterstuk geheel gelijken.