37.
Daarhenen wendt de Jonkvrouw nu den steven:
‘Ziet!’ zegt ze, ‘dat is de eindpaal onzer baan!
Gij kent den naam, deze' Eilanden gegeven:
De mare hunner schoonheid lokt u aan;
En zeker! rijkgezegend zijn hun dreven,
Al overdrijft de dichterlijke waan!’
Zoo spreekt ze, en is de bloeiende oeverzoomen
Van d' eersteling der Tien nabij gekomen.