130.
Met zwakke hand zoekt zij den sterken Held
Te ontworstlen, nu met blosjens overgoten.
Vergeefs! hier baat noch zachtheid noch geweld:
Hij houdt haar vast en vaster steeds omsloten.
En eindlijk, dicht aan 't hart des mans gekneld,
Dien zij misschien in ernst niet wil verstoten,
Barst zij dus los, met menig droeven snik,
En altijd nog met afgewenden blik: