8.
Hij schrijdt daarheen met statelijken tred,
En voert zijn heir weldra den Vijand tegen.
Op zijn bevel wordt nu een berg bezet,
Ter slinkerzijde en achter hem gelegen.
In 't vlakke veld, op 't groene graskarpet,
Schaart hij zijn Macht, na zorgzaam overwegen.
Het front is breed; in 't centrum ordent hij
Zijn voetvolk - linksch en rechts de ruiterij.