77.
Fluks was hij naar den kring teruggeslopen,
Waar schoone Armide in al haar luister blinkt;
Hier schijnt hem voor zijn oogmerk 't meest te hopen,
Waar hem zoo groote en bonte schare omringt.
Zoo hij 't gesprek al schertsende aan kon knopen!
Ziet, hoe zijn mond zich tot een glimlach dwingt!
Hoort, hoe hij, tot een Hofjonkvrouw gebogen,
Aldus begint, zich spieglende in haar oogen: