2.
Onze aanvang zij met Hem die eeuwig leeft!
De smeekbeê stijg' tot de amethysten zalen,
Opdat Zijn wenk, die de overwinning geeft,
Zijne Engelen en Heilgen neêr doe dalen!
In 't plechtgewaad, dat op den wierook zweeft,
Zing' 't Priesterdom oodmoedig lofchoralen.
Gij-zelf, o Held! zult, buigend voor 't altaar,
Ten voorbeeld zijn voor heel uw Legerschaar!’ -