78.
Het heldenvuur, dat in heur aadren bruist,
De Riddergeest, straalt dreigende uit heur oogen.
Zij nadert, en - de Noorman ligt vergruisd!
Zelfs Wischart bukt voor haar geducht vermogen.
De rijksvaan rukt ze uit Vierden Hendriks vuist,
Zij hangt haar op in 's Heeren tempelboogen;
Ook wenkt zij, en - de ontthroonde Paus keert weêr,
En zet zich op Sint-Peters stoel ter neêr!