119.
Hij zwijgt: zij gaan. Zij groeten Salems wallen.
Een zachte spond neemt Tankred in den schoot.
De Jonkvrouw treedt, met dankbaar welgevallen,
De woning in, die haar Vafrijn ontsloot.
Pas hoort Buljon des wachters roep weêrschallen,
Als hij terstond den schildknaap tot zich noodt,
Ofschoon verdiept in velerhande zorgen
En plannen voor den laatsten storm van morgen.