33.
Onstuimig trekt het Frankiesch heir daarhenen,
Al dichter bij den vestingmuur geschaard;
Veel honderden, het hoofd gebukt, vereenen
De schilden tot een schuttend dakgevaart';
Een deel blijft voor de hageljacht der steenen
Door balk en plint van 't oorlogstuig bewaard.
Zoo trachten zij de gracht, die zij genaken,
Te dempen en den grond gelijk te maken.