34.
Hoe meer de boot hem vrolijk nader spoedt,
Hoe meer omhoog de laatste nevels vlieden,
Te klaarder wordt de steenklomp - breed van voet
En spitsch van top, als een der Pyramiden.
Zijn schedel walmt, als deden lavagloed
En zwavelvuur zijn ingewanden zieden.
Dus rookt en smookt ook de Etna, vlammend graf,
Enceladus bedekkend tot zijn straf.