21.
Hun wapens zijn dien der Egyptenaren
Gelijk; maar niet der kleedren stof en sneê.
Andre Arabieren volgen, vlugge scharen
Nomaden, zonder haard of woningsteê:
Zij zwerven als de rusteloze baren,
En dragen steeds hun linnen tenten meê.
Hun leest en stem zijn vrouwlijk, zwart hun wangen,
En zwart de lokken, die om 't voorhoofd hangen.